De collectie Boudelo, een verzameling van objecten opgegraven op de site van de voormalige abdij van Boudelo in Klein-Sinaai, is sinds 2007 volledig eigendom van de stad Sint-Niklaas. Naar aanleiding van de renovatie van het museum Zwijgershoek werd de grote Boudelozaal ontruimd en bij de inrichting van het SteM werd een beperkte selectie van objecten in verband met de Boudelo-abdij opnieuw tentoongesteld.

De monniken en lekenbroeders van Boudelo bakken ook tegels voor de vloeren van hun abdijgebouwen.

In 1911 treft men op de plaats van de verdwenen abdij een fragment van een prachtige mozaëikvloer uit de middeleeuwen aan, waarschijnlijk uit de abdijkerk.

Een deel van deze opvallende vloer ligt gereconstrueerd in het Stedelijk Museum van Sint-Niklaas.

Alfons De Belie, de opgraver van de Boudelo-abdij, maakte deze reconstructie met tegeltjes gevonden in 1911 en tijdens zijn opgravingen (1971 - 1986).

Deze uitzonderlijke vloer is opgebouwd uit een reeks kleine vierkanten en minstens één groot vierkant. Een smalle strook maakt de scheiding tussen deze zone en een andere zone met uitsluitend hetzelfde meandermotief.

Voor deze mozaïkvloer gebruikt de tegelleggerr uitsluitend vierkante of driehoekige tegeltjes. Ze krijgen een gele of donkere kleur. Door de enorme variatie die mogelijk is, kunnen oneindig veel motieven worden geemaakt.

 Een tweede middeleeuwse tegelvloer, maar dan met een rond centraal motief, is teruggevonden te Gent in één van de gebouwen van de Boudelo-abdij aldaar.

-Imitatie van metalen vorm, deel uitmakend van een paar; gedraaid, bijgesneden onderwand en bodem, 3 pootjes; nagenoeg volledig loodgeglazuurd met tekening in witbakkende klei (geel glazuureffect)
- nauwelijks of niet gebruikt (geen slijtagesporen);
-slibversiering in ringeloortechniek bestaande uit lineaire motieven. Op de schouder bestaat de meest markante versiering uit zeespuntige sterren (in de symboliek verklaard als heilsteken). Deze zijn opgebouwd uit 3 kruisende lijnen en worden aan beide zijden begrensd door een verticale lijn. De lijnuiteinden monden bijna steeds uit in een circulair vlak. Deze figuren worden alternerend gescheiden door 1 of 2 verticale lijnen. De halsversiering bestaat uit diverse schuine lijnen, terwijl de tuit boven en onder voorzien is van een visgraatmotief (gestileerde levensboom?)

-Herkomst: Klein-Sinaai, voormalige Boudelo abdij

Datering: ca. 1450-1520 (op technische en stilistische basis)

 

-Gedraaid, bijgesneden onderwand en bodem, 5 schelpvormig uitgeknepen steunelementen;
Grotendeels loodgeglazuurde binnenzijde met uitsparing van stroken op de schouder, plaatselijk geglazuurde buitenzijde in de vorm van 2 (versieringsgebonden) zones op de schouder;
-slibversiering in ringeloortechniek, bestaande uit 2 rijen van telkens 3 horizontaal geplaatste sikkels (aan beide zijden aangebracht);
-herkomst: Klein-Sinaai

datering: 1494-ca.1520 (deponering in gracht) ---> ca. 1480-1520 (productieperiode)

IDENTIFICATIE VAN DE MENSELIJKE RESTEN
De kookpot, met eeen secundaire functie als inhumatie-urne, werd aangetroffen op de noordelijke kerkhofzone van Boudelo, die ingericht werd na 1494. Ze bevatte de skeletten van 2 foetussen, samen met een munt (dubbele mijt) van Filips de Schone, daterend van 1489.

Beide foetussen zijn gelijktijdig bijgezet, zodat mag aangenomen worden dat het hier om een tweeling gaat.
Eén foetus had de leeftijd van 32-34 weken bereikt en had een lengte van 41-42.5 cm.
De tweede foetus was 34-36 weken oud en was 43-44 cm lang. Beide kinderen zijn overleden in de moederschoot of na hun vroegtijdige geboorte. Gezien de leeftijd van beide foetussen (32-36 weken) dient op het moment van de begraving een gevorderde necrose verondersteld. Anders lijkt een geregelde deponering van beide lichamen in dergelijk potvolume niet mogelijk.

Deze vaststelling laat ook toe te besluiten dat beide kinderen reeds in de moederschoot overleden waren.


DE DODENRITUS BIJ ONGEDOOPTE KINDEREN

Het gebruik om een munt mee te geven met de dode, was in de 15de eeuw nog vrij algemeen. In de klassieke oudheid diende de munt om de overtocht naar het hiernamaals te betalen. In de middeleeuwen was de dodenmunt nog een verre verwijzing naar de vroegere, rijke grafgiften die dienden om de dode gunstig te stemmen (hetgeen in de christelijke religie verboden was).

De betekenis van de dodenmunt kent echter regionale verschillen. Zo wordt de middeleeuwse betekenis van de munt voor onze gewesten verklaard als een middel om Petrus te behagen opdat de hemelpoort snel zou ontsloten worden.

De bijzetting van jonge kinderen is van oudsher gepaard gegaan met een speciale ritus. Archeologisch kon dit o.m. vastgesteld worden op de begraafplaats van het Gallo-Romeinse Pontrave te Waasmunster. In de middeleeuwen (en ook nog in de vorige eeuw) werden ongedoopte kinderen uitgesloten van een begraving in gewijde aarde (net zoals niet-christenen, ter dood veroordeelden, zelfmoordenaars, e.d.)  Deze groep werd gewoonlijk begraven aan de noordkant van de kerk (niet-zonnige kant, tevens in het volksgeloof woonplaats van de demonen), zoals ookk hier het geval is. De meegegeven munt was hier dan wel echt nodig om Petrus gunstig te stemmen.

Vuurklok in rood aardewerk (1480-1520)
-Handgevormd op een houten vorm, lobvormig omgevouwen buitenrand en oor, ingesneden straalvormige versiering rond de luchtgaten;
Volledig loodgeglazuurde buitenzijde, ongeglazuurde binnenzijde;
-Verbrandingssporen op de binnenzijde;
-Voorwerp gebruikt in de haard om zonder brandgevaar het vuur aan te houden bij afwezigheid. De klok werd boven de smeulende brandstof tegen de haardwand geplaatst, waarbij de luchtgaten in de vuurklok zorgden voor voldoende luchttoevoer zodat de smeulende brandstof niet kon doven;
herkomst: Klein-Sinaai

Datering: 1494-ca.1520 (deponering in gracht) ---> ca.1480-1520 (productieperiode)
Context: Klein-Sinaai - Boudelo, voormalige abdij

Welke grondstoffen had de mens ter beschikking?Hoe ging hij met deze materie om?Welke technieken ontwikkelde hij en welke werktuigen gebruikte hij hiervoor?De verhaallijn ‘Mens en materie’, het eerste deel van de permanente tentoonstelling, geeft een duidelijk antwoord op al deze vragen.Want de opgravingen van de Archeologische Dienst Waasland op diverse sites hebben een indrukwekkende schat aan informatie opgeleverd over het leven van vele generaties voor ons. De meeste objecten achtergelaten in de bodem hebben te maken met alledaagse menselijke handelingen: jagen en kweken, koken en braden, eten en drinken, zich verzorgen en kleden, verwarmen en verlichten, kopen en verkopen, genezen en sterven.Speciale aandacht gaat naar de middeleeuwse abdij van Boudelo te Klein-Sinaai.

Duidelijke wandteksten en levensgrote illustraties doen de geschiedenis van onze regio van 12 000 v.Chr. tot de vroege 18de eeuw uit de doeken.

Contact
Stedelijke musea
Zwijgershoek 14
9100
Sint-Niklaas
Tel: 03 760 37 50
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Geraamte in kist
Het grafveld van voor 1438. Bij alle begravingen werd rituele bestrooiing met houtskool vastgesteld.

De verschillende houdingen zijn oa te verklaren door het ontbreken van een lijkkist; in dit geval zijn er geen nagels te vinden. Bij sommige geraamten is vastgesteld dat de overledene met zijn pij op een plank is vastgenageld, dit is te zien aan de manier waarop de nagels rond het geraamte liggen; en andere zijn in een kist begraven waarvan de vorm soms door de vindplaats van de nagels bepaald kan worden.

Op 14 maart 2013 is Alfons De Belie op 87-jarige leeftijd overleden. Hij werd geboren in 1926. De Belie stond in de naoorlogse tijd mee aan de wieg van de Oost-Vlaamse archeologie.  Zo was hij, samen met prof. dr. S.J. De Laet, één van de stichters van het Verbond voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Oost-Vlaanderen (VOBOV). De Belie was ook jarenlang voorzitter van deze vereniging die professionele en amateurarcheologen bij elkaar trachtte te brengen. Zijn levenswerk was het archeologisch onderzoek van de middeleeuwse Baudelo-abdij in Klein-Sinaai. In december 2010 hadden we nog een interview met hem over zijn leven en werk. Omdat zijn gezondheid die morgen niet optimaal was, stelden we het interview uit tot een andere dag. Uitstel werd afstel...