Afgelopen zondag 8 maart kwamen 50 deelnemers opdagen om de geheimen te ontdekken van de eendenkooi van Boudelo. De visvijvers in de Hooidreef van vroegere weekendverblijven zijn reeds bekend, maar de eendenkooi tussen Liniedreef en Hooidreef is een groot mysterie. Vandaar het initiatief om een wandeling in te richten met dit als hoogtepunt. Wist je dat de naam Koebrug in Klein-Sinaai afkomstig is van 'Kooi' of 'Eendenkooi'. Een foute vertaling naar het Franse Pont des Vaches werd nadien terug veranderd naar Koeibrug / Koebrug in plaats van Kooibrug.

Eerst werd in het welkomstwoord door Tony De Wilde kort de geschiedenis van Boudelo en van de Linie beschreven. Daarna pikte gids André Verstraeten in met een uitleg over de natuurwaarden, de eendenkooi en de linie. Een glooiing in het landschap onderweg vraagt volgens hem ook nog werder onderzoek aangezien hij vermoed dat dit een vroeger turfwinning was van Boudelo waarbij de glooiing van de zeebodem werd gevolgd.

Even verderop ging de hele groep dan in de eendenkooi. Nog steeds zijn de 4 vangarmen te zien in elke windrichting. De eendenkooi werd vroeger gebruikt om wilde eenden te vangen voor consumptie.

De kooi bestaat uit een plas met een aantal uitlopers welke naar het uiteinde taps toelopen en aan de bovenzijde zijn dichtgemaakt met netten. Deze uitlopers worden vangpijpen genoemd. De vangpijpen zijn ongeveer 10 meter lang en 30cm diep. Aan weerszijde van de vangpijp staan wilgenschermen opgesteld waarachter de kooibaas ongezien langs kan lopen en waar het kooikerhondje achtereenvolgens voor- en achterlangs loopt.

In de plas zwemmen de zogenaamde staleenden. Dit zijn tamme eenden die in en rond de eendenkooi leven.
De wilde eenden zien de staleenden in de plas zwemmen, worden daardoor aangetrokken en dalen neer in de plas.
Op dat moment lokt de kooibaas met behulp van voer de tamme staleenden naar een vangpijp. De kooibaas gebruikt altijd de vangpijp die in de windrichting wijst. Als de tamme eenden op het voer afkomen volgen ook de wilde eenden. De eenden worden steeds verder de vangpijp ingelokt. Tegen de tijd dat de wilde eenden doorhebben dat ze in een gevaarlijke besloten situatie komen zien ze aan het eind van de vangpijp een stuk open lucht. Omdat de vangpijp in de windrichting is gesitueerd en eenden altijd tegen de wind in opstijgen en landen zullen zij geneigd zijn om naar het eind van de vangpijp te vluchten. Dat eind lijkt open maar is in werkelijkheid dichtgemaakt met een net (spiegel genaamd) en daar vliegen de eenden in. Vervolgens is het voor de kooibaas een koud kunstje om de eenden te vangen.

De rol van het kooikerhondje is in de eerste plaats de aandacht van de eenden trekken. Dit doet hij voornamelijk met zijn prachtige pluimstaart. Hij loopt om de wilgenschermen heen en is dus afwisselend zichtbaar en niet zichtbaar. Eenden zien hem wel als potentieel gevaar en houden hem scherp in de gaten. Daarnaast is het zijn taak de eventuele aandacht van de eenden op de kooibaas af te leiden. Mocht de kooikerbaas bijvoorbeeld per ongeluk op een takje trappen dan zien de eenden het hondje en denken dat hij dit geluid maakt.

Op een goeie dag kan een kooibaas wel 500 wilde eenden vangen!

Al met al een vernuftigt samenspel tussen de kooibaas en zijn hond.

Onder het vroegere kooihuisje ligt een waterput waar momenteel een vossenburcht in gevestigd is.
Ook het sluisje om het waterpijl op de eendenkooi te regelen was nog zichtbaar.

Rondom de vijver ligt nu een prachtig stuk ongerepte natuur.