O Maria die daar staat
Wanneer men Boudelo verlaat, moet men goed beseffen dat zes eeuwen Boudelo in het Waasland en in Zeeuws-Vlaanderen een blijvende vorm hebben gegeven aan ons landschap, onze geschiedenis en cultuur. Ook al blijft er van de abdij niet één steen overeind, toch waart de geest van Boudelo doorheen de toponymie, doorheen het sociale leven en is de hele bodem doordrenkt van de pioniersgeest die de monniken inspireerde. (Voor een wandeling op de kloostergronden, zie het langeafstandspad.)

De eerste bocht confronteert ons met het huis De Stuiver, een reminiscentie aan de kapel van O.-L.-Vrouw van de Elsbos, die als laatste titel zou gedragen hebben O.-L.-Vrouw van de ‘leste stuiver’. Sinds de vroegste geschiedenis van de abdij moet links van het huis de kapel gestaan hebben van O.-L.-Vrouw. De verering voor de H. Maagd was universeel bij de cisterciënzers. Hun abdijen en kerken waren haar toegewijd.

De kapel van de Elsbos was een bedevaartoord, zoals bewezen wordt door een pelgrimsteken dat opgebaggerd werd uit de Schelde. De originele kapel is volgens de afbeelding gotisch geweest. Na de vernieling in 1578 is ze ongetwijfeld herbouwd, daar de documenten erover blijven spreken. Van een volgende herbouwing in 1636 is men zeker omdat er rekeningen van bestaan. Er werden toen jaarlijks vieringen in gehouden door de abt of zijn plaatsvervanger wanneer deze op Lijsdonk (Sinaai) verbleef. Lijsdonk was het buitenverblijf van de abdij. Sinds 1296 was het reeds Boudelobezit. In 1698 werd de kapel vernieuwd, maar na de Franse Revolutie werd ze in 1822 gesloopt. Men mag aannemen dat de naam ‘Kapel van de leste stuiver’ afkomstig is van de laatste poging in 1872, toen de nieuwe kapel onafgewerkt bleef staan bij het overlijden van de schenker.

Langs de Heimeersstraat naast De Stuiver kan men vertrekken, te voet, voor de ‘Vaartroute’ (7,7 km) richting Stekene, om langsheen de vaartdijk terug te keren.
De Koebrugstraat ontleent haar naam aan de Koebrug over de vaart. De moderne brug vervangt de romantische ijzeren kantelbrug die in 1972 verhuisde naar Bokrijk. Vooraleer de brug over te steken, rijdt men rechts voorbij de Boudelohoeve (1660). Ook in deze hoeve werd, zolang de abdij bestond, een kamer gereserveerd voor de afwikkeling van de administratieve taken hier ter plekke. Het gebouw staat met de achterzijde naar de straatkant gekeerd. Een vriendelijke vraag aan de boer bezorgt je ook een kijk op de voorzijde.
Vanaf de brug heeft men een schitterend uitzicht over de vaart die ooit Stekene rijk maakte. Langs hier werden miljoenen tichels en bakstenen vervoerd in schuiten die getrokken werden door mensen of door paarden. Zij liepen links op de Tragel of het ‘ketspad’. Hier langs de brug werden de schepen naar de Moervaart geketst. Vanaf 1315 maakte de vaart vervoer mogelijk tussen Hulst en Gent en reeds in de 13de eeuw vervoerde Boudelo langs hier turf en tichels en had het de toelating om tweemaal per week op Gent te varen. De vaart wordt nu zwaar vervuild door de afvalwaters van Sint-Niklaas en Stekene, zeer ten detrimente van de oeverbewoners en natuurvrienden. Vroeger stond de vaart rechtstreeks in verbinding met de Durme en was de getijdenwerking hier nog merkbaar.