Het vertrek van de monniken van de rijke abdij gaf aanleiding tot tal  van verhalen, die in de loop van de jaren zouden uitgroeien tot echte sagen en legenden!

Zo zouden de monniken reeds op voorhand de zilveren beelden van de twaalf apostelen veilig verborgen hebben op een niet te vinden plaats. In de onderaardse gang vanuit het Lysdonckhof naar de abdij van Boudelo hadden zij een schilderij van onschatbare waarde verborgen, waarschijnlijk een Rubens, samen met de gouden hoefijzers van hun paarden.

Vóór hun vlucht hadden ze ook drie zilveren kruisen verborgen in een diepe put. De schat van Boudelo was eerst verborgen in een graf bij de parochiekerk van Waasmunster en naderhand overgebracht langs de onderaardse gang van Rupelmonde naar de burcht.

Feit is dat de monniken op het ogenblik van hun vertrek uit de Gentse abdij zodanig door de Fransen gebrandschat waren dat hun abdij in werkelijkheid geruïneerd was, temeer omdat hun abt reeds vroeger met volgeladen koffers het hazenpad gekozen had. Ook van de bezittingen, die de monniken samen met het zilverwerk enkele jaren vóór de verwoesting in 1578 van hun Sinaai-abdij naar de Gentse refugie hadden overgebracht, was tweehonderd jaar later, in 1796, niets overgebleven.