Wetenschapsblad Eos kroont archeoloog en bio-ingenieur Philippe De Smedt (Universiteit Gent) tot meest beloftevolle onderzoeker van het moment. De Smedt krijgt de Eos Gouden Pipet 2013 voor de originele manier waarop hij met een bodemscanner aan archeologie doet, in Klein-Sinaai en in Stonehenge.

 

Alle info over de opgravingen van Boudelo vindt je hier

Tijdens de Dag van de Wetenschap vandaag heeft Vlaams minister van innovatie Ingrid Lieten de Eos Gouden Pipet uitgereikt, een bekroning voor de jonge wetenschapper die de opmerkelijkste wetenschappelijk prestatie van het voorbije jaar leverde. De vakjury van wetenschapsjournalisten, onder leiding van professor Jean-Jacques Cassiman, koos unaniem voor Philippe De Smedt.

De Smedt wint de eerste Eos Gouden Pipet voor de originele manier waarop hij aan archeologie doet. Met een eigenhandig verbeterde bodemscanner slaagde hij erin om de contouren van het neerhof van de Abdij van Boudelo in Klein-Sinaai te reconstrueren. Soortgelijke toestellen worden nauwelijks ergens anders in de wereld gebruikt. De Smedt is een archeoloog die zich specialiseerde in bodemkunde en deze combinatie van twee verschillende disciplines – noem het ook outside the box-denken – levert nieuwe inzichten op. De Smedts werk bleef niet onopgemerkt. Hij werd uitgenodigd om bodemscans te maken van Stonehenge – niet evident voor een niet-Britse onderzoeker.



 “Mijn onderzoek spitst zich voornamelijk toe op het gebruik van bodemsensoren. Dat zijn instrumenten waarmee we zonder de bodem in te gaan variaties in de ondergrond in kaart kunnen brengen. Het is een beetje vergelijkbaar met de manier waarop er in de geneeskunde in een lichaam gekeken wordt zonder daar effectief in te gaan snijden.” Zijn onderzoek paste hij toe in Klein-Sinaai, waar hij zonder ook maar één keer in de aarde te ploeteren de contouren van de Abdij van Baudelo reconstrueerde. “Met behulp van een elektromagnetisch signaal brengen we elektrische en magnetische bodemkenmerken in kaart. Hiermee kunnen we vervolgens de samenstelling van de bodem bepalen en krijgen we eveneens een beeld van de menselijke ingrepen in de ondergrond.”