Vis Ornament BoudeloOp 7 december was er de contactdag archeologie aan de abdij van Ename. De vakgroep Archeologie van de Universiteit Gent maakte  de vondst bekend van een bijzonder voorwerp: een deel van een vis in steen. Deze vis maakt deel uit van een laat-middeleeuwse nokversiering. Helaas bleef enkel de staart en een deel van de schubben bewaard. Het fragment is vervaardigd uit oxiderend gebakken aardewerk met een witte sliblaag en glazuur en dateert uit de 13de of 14de eeuw. Dergelijke bouwornamenten werden geplaatst op de nokken van daken, vermoedelijk  op een goed zichtbare plaats, gezien het detail van versiering. De schubben werden met de duim ingeduwd.

Uit historische bronnen weten we dat deze bouwornamenten niet overdreven duur, maar ook niet goedkoop en alledaags waren. Het feit dat ze op goed zichtbare of zelfs opvallende plaatsen geïnstalleerd werden, laat toch een zekere investering, misschien ook een bijzondere symbolische betekenis of zelfs statussymbool vermoeden.

Deze nokversiering werd bij recent archeologisch onderzoek (augustus 2011) gevonden in de fundering van een groot gebouw op het zuidelijk deel van het neerhof van de Cisterciënzerabdij van Boudelo. De religieuze kern van de abdij werd uiteindelijk opgetrokken op een hogere en droge plek in het landschap en men geloofde lange tijd op basis van kaarten dat de lagere, natte gronden ten zuiden van de abdijgebouwen nooit bewoning kenden. Die visie veranderde echter na opgravingen in 2011-2012 wanneer het nog niet eerder ontdekte zuidelijke neerhof door geofysisch onderzoek en beperkte opgravingen in kaart werd gebracht. Op de kaart waar 'Boudelo Clooster' staat bevonden zich dus in de 13de-14de eeuw ook kloostergebouwen die de huidige kloosterindeling van Horenbaut uit 1576 er anders zouden doen uitzien.
Op deze zone, waar de niet-religieuze activiteiten van de abdij plaatsvonden, bleken de bewaaromstandigheden door de hoge grondwatertafel bijzonder gunstig.


Een vis als bekroning op een gebouw van het neerhof kan een allusie zijn op het feit dat visteelt (en -consumptie) belangrijk was in het dagelijks abdijleven. Ook de abdij van Ename had een grote visvijver. De vis (ichtus) staat ook symbool voor het Christendom en is dus niet abnormaal in abdijcontext. Denk maar aan het symbool van Orval.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zicht op het zuidelijke neerhof van de abdij van Boudelo. (a,b en d). Met elektromagnetische inductie werden hierbij gelijktijdig de electrische en magnetische kenmerken van de bodem in kaart gebracht. Op het bovenste deel (a) is de electrische geleidbaarheid van de zone weergegeven, waarbij donkere zones sterk geleidende stukken voorstellen, en lichtere gebieden weinig electrisch geleidend zijn. Hierdoor worden verschillende begraven grachten zichtbaar. Het neerhof werd door een grote gracht omringd. Binnen deze zone van 2.5 hectare bevonden zich apart door sloten omgeven woon- en werkkernen uit de 14de eeuw (stippellijn) waar de magnetische data bakstenen structuren aangaf (b,d) die vervolgens door proefopgravingen werden onderzocht.

Onderaan de afbeelding zie je foto's van de resten van bakstenen stiepen en funderingen waarop de constructies in de natte bodem verankerd waren. De bovenste foto rechtsonder (e boven) toont de stiep waar de vissenstaart gevonden werd.