De verschillende houdingen zijn oa te verklaren door het ontbreken van een lijkkist; in dit geval zijn er geen nagels te vinden. Bij sommige geraamten is vastgesteld dat de overledene met zijn pij op een plank is vastgenageld, dit is te zien aan de manier waarop de nagels rond het geraamte liggen; en andere zijn in een kist begraven waarvan de vorm soms door de vindplaats van de nagels bepaald kan worden.

 

Geraamte in kist
Het grafveld van voor 1438. Bij alle begravingen werd rituele bestrooiing met houtskool vastgesteld.

Kinderpot met tweelingsfoetus
Aarden pot met 2 oortjes waarin de geraamten van een tweelingsfoetus werden gevonden, samen met een muntstuk.
Volgens H.L. KOK in "De geschiedenis van de laatste eer in Nederland" werden reeds verschillende, soms hele reeksen van dergelijke potten ontdekt met onvoldragen of doodgeboren kinderen. Deze werden, juist zoals hier in Boudelo, begraven in ongewijde aarde, aan de rand van de gewijde aarde. Het begraven van kinderen in potten was niet ongewoon. Deze kogelpotten behoorden in de Middeleeuwen tot het normale huisvaatwerk, en werden dus niet speciaal voor begravingen vervaardigd. De strook grond langsheen het gewijde terrein noemde men de Limbus Infantium. Hij werd aanzien als een grensgebied waar degenen die niet door de doop in het heilige leven waren opgenomen, in een soort tussenbestaan moesten verblijven.