In 1997 werd de verjaardag van 800 jaar Boudelo gevierd. Terrecht want in 1197 stichtte Boudewijn Van Boekel de abdij als Benediktijnermonnik uit de St-Pietersabdij in Gent. Hij overleed in 1205.

Hoewel zowel de kerkelijke als wereldlijke overheid erop aandrongen om aan te sluiten bij de steeds populairdere Cisterciënzers was het pas in 1215 dat dit gebeurde.
Alle reden dus om deze 800ste verjaardag van de werkelijke opstart te vieren in 2015.

 

De Cisterciënzers streefden naar de vervulling van een ascetisch ideaal waarbij ze een evenwicht trachtten te vinden tussen gebed en handenarbeid. Bernardus keerde zich heftig tegen de ongebreidelde frivoliteit van versiering en luxe die de kerken en de Benedictijnse kloosters tentoon spreidden. Hij zag hierin een uiting van menselijke hoogmoed. Dit gaf aanleiding tot een uiterst sobere vormgeving van de architectuur van deze monniken. De cisterciënzerorde kenmerkte zich dus door soberheid en een integratie van hoofd- en handenarbeid, ten einde volledig in eigen behoeften te kunnen voorzien.

Het jaar 1215 was dus een historisch belangrijk moment in de vroege geschiedenis van de gemeenschap, door de overgang naar de orde van Cîteaux, Het lijkt daarom aannemelijk dat land- en bosbouw belangrijke factoren in de ontwikkeling van de kloostergemeenschap zouden worden. Kort na 1215 kwam een groep monniken van de abdij van Clairvaux naar Boudelo om het klooster te bevolken. Om het statuut van abdij te verwerven waren er immers twaalf monniken vereist. De Fransen vroegen aan hun abt echter de toelating om zo vlug mogelijk terug te keren omdat in Boudelo alles zo armzalig was (propter rerum omnium penuriam).

Ook in verschillende charters is er herhaaldelijk sprake van pauper, inops, miserrimus.

Om de abdij meer uitbreidingsmogelijkheden te geven, schonk Johanna, gravin van Vlaanderen en Henegouwen, in 1218 aan Boudelo 20 bunders grond 'om de abdij op te bouwen op de plaats tonghert op de Durme' (Vleeschouwers 1983). Deze gronden grensden ten westen bijna zeker aan de schenking van de 30 bunders in 1200, zodat dit domein op dat moment één geheel van ca. 66 ha vormde.