Harry Van Royen is historicus (UGent) en is vanuit een industrieel-archeologische achtergrond o.a. geboeid door het bedrijfsaspect bij cisterciënzersmonikken. Daarnaast is hij eindredacteur van het Jaarboek voor Ecologische Geschiedenis. In deze blog wordt het monastiek smaakpalet kritisch belicht. Mee met de monniken aan tafel, en in de tuin dus.

De cisterciënzers en trappisten hebben nog steeds een gebundelde structuur waar de regels zowel voor de mannen als voor de vrouwen identiek zijn. Ook voor het voedingspatroon gold het adagium van vegetarische eenvoud en bescheidenheid, toch tijdens de eerste eeuwen van de ordegeschiedenis.

Met de herbronning van de 19de eeuw, toen de Kerk als instituut zijn wonden heelde die de Franse Revolutie en het concordaat met Napoleon hadden toegebracht, werd teruggegrepen naar de puurheid van vroegere herbronningsbewegingen, zoals die van de 12de eeuw voor wat het abdijleven betreft. Op 13 mei 1836 keurde de paus de voedingsregel goed voor de Cisterciënzers.

Mens, dier en plant maakt zich klaar om de winter door te komen. Op het moment dat de laatste aardappelen en bieten worden gerooid heeft de eerste nachtvorst zijn aankondiging reeds gemaakt. Tijd om de kolen ook van het veld te halen…
Ook bij onze monniken maakt men zich klaar voor een nieuwe winter. Veel eigen landbouwproducten dient men ondertussen niet meer op te bergen. Een beetje fruit en wat groenten, maar lang niet voldoende om heel de winter van te kunnen leven. De inkrimping in het aantal roepingen en de gemiddelde leeftijd van de broeders en zusters laat geen uitgebreide tuinbouw meer toe.

Door Harry van Royen
Nu mei – de maand met de traditionele Mariadevotie – voorbij is, en Pasen en Pinksteren ook reeds spiritueel verwerkt zijn, ligt de focus in de abdijen terug meer op het gewone monastieke leven.

Door Harry van Royen
Het was de bedoeling dat een abdijgemeenschap zoals de cisterciënzers in de geest van de Regel van Benedictus zoveel als mogelijk in hun eigen behoeften konden voorzien. Binnen het eigen abdijdomein werden dan ook tuinen aangelegd voor de teelt van groente, kruiden en fruit. De eerste boomgaard werd aangelegd op het kerkhof. De rest werd verbouwd buiten de abdijmuren.

Aristolochia Clematitis L. (pijpbloem, of sarrazijnkruid)

Uit diverse bronnen vernemen we dat er op de site van Boudelo een aantal bijzonder oude kruiden bleven overleven. Daarvan is de Pijpbloem heel bijzonder. Stekjes werden door enkele archeologen en natuurliefhebbers meegenomen alvorens de wijk werd gebouwd.

Volgens de overlevering is deze plant door de kruisvaarders uit het Oosten naar hier gebracht, en werd het eerst in de Kloostertuinen en bij de Kastelen gekweekt. De naam sarrazijnkruid komt omdat de Arabieren Saracenen werden genoemd door de kruisvaarders.