De toetsen van het Pieter van Peteghemorgel in de Grote Kerk zijn ooit beroerd door de vingertjes van de toen nog heel jonge en later wereldberoemde componist Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Niet in Vlaardingen, maar in Gent. Hoe is dat zo gekomen?

Pieter van Peteghem werd op 24 januari 1708 geboren in Wetteren, een stadje in Vlaanderen waar hij opgroeide in de herberg van zijn vader. Toen de orgelbouwer Gilliam Davit in Wetteren in 1722 een orgel moest installeren, logeerde hij in die herberg. De jonge Pieter mocht met hem mee en zijn belangstelling voor orgels was gewekt. Hij werd opgeleid tot orgelbouwer en begon in 1732 zijn eigen bedrijf in Gent. Samen met één van zijn zoons bouwde hij in 1763 en 1764 een imposant orgel voor de Baudelo-abdij in zijn woonplaats. Het beschikte over 40 registers, verdeeld over twee klavieren en een echo-klavier. Het orgel werd gebouwd in de zogenaamde ‘rococo-stijl’, een bouwstijl die in het begin van de 18e eeuw vanuit Frankrijk overwaaide en toen heel modern was. De ‘Dikke van Dale’ beschrijft deze stijl als volgt; 'Het kenmerkende van de ‘rococo-stijl’ is de vermijding van de rechte lijn en het platte vlak en de woekering van het ornament’. Speels van vorm dus en weelderig gedecoreerd en geornamenteerd.


Tijdens de drie jaar durende rondreis van de familie Mozart door Europa werd ook Gent aangedaan. De virtuoze 9-jarige Wolfgang Amadeus heeft toen op het splinternieuwe orgel gespeeld.

De Franse bezetter, Napoleon Bonaparte sloot in 1793 vele kloosters en kerken en ook de Baudelo-abdij. Het orgel werd daardoor lange tijd niet bespeeld, zodat  in maart 1819 een advertentie verscheen in de ‘Staatscourant’, een Belgische krant. Deze luidde als volgt:

“Berigt.
Het gemeente bestuur der stad Gent is van voornemen te verkoopen, het groote orgel van de voormalige kerk der abdij van Baudelo, binnen gezegde stad gelegen. Zij die daarin gading hebben, kunnen zich vervoegen aan de bureaux der 1e divisie, aan het hotel der regering van de stad Gent, alwaar conditiën, benevens de inventaris der pijpen, registers, blaasbalgen enz. ter lezing liggen.”

Op deze advertentie reageerden twee steden, de stad Lessen ten zuiden van Brussel en Vlaardingen. Na wat heen en weer bieden ging men op het Vlaardingse bod van 3600 gulden in en het orgel verhuisde van Gent naar de Grote Kerk in Vlaardingen. Gedeeltelijk uit elkaar gehaald kwam het per schip aan in de haven. Na een grondige opknapbeurt door de Utrechtse orgelbouwer Abraham Meere Sr., werd het Pieter van Peteghemorgel op 16 oktober 1822 officieel in gebruik genomen door de Hervormde Gemeente van Vlaardingen.

In 1936 werd het orgel vernieuwd en gerestaureerd en voor de grote restauratie van de kerk, in 1967-1971, werd het grote instrument ontmanteld. Het Van Peteghemorgel zelf onderging van 1969-1973 een ingrijpende restauratie en werd in november 1973 ingespeeld door Aad Zoutendijk en Hans van der Harst.
Het orgel wordt tot op de dag van vandaag intensief gebruikt tijdens erediensten en concerten.