Het centrale abdijcomplex bestond uit een kerk, bibliotheek, keuken, recreatielokaal, lavatory, kruisgang, sacristie, kapittelzaal, verwarmd lokaal, refter, pand en een trap die naar de slaapzaal van de monniken leidde. Binnen de muren van de abdij bevonden zich onder andere een infirmerie, een koeienstal, paardenstal, schapenstal en duiventoren alsook een aantal visvijvers.

 

Heden ten dage blijft er van de oorspronkelijke abdijgebouwen in Klein-Sinaai helemaal niets meer over, zoals reeds uit de Popp-kaart duidelijk wordt. Op de Popp-kaart is er namelijk geen spoor te vinden van eventuele gebouwen op de vroegere site van Boudelo. We zullen kort even de geschiedenis schetsen van de oude abdijgebouwen en -site na 1578, die het verdwijnen van deze bouwwerken zal verklaren. Het overzicht van deze geschiedenis zal de lezer duidelijk maken dat er absoluut niets kàn overgebleven zijn van de oorspronkelijke abdijgebouwen in het hedendaagse landschap.

Na de vlucht van de monniken in 1578 werden de gebouwen openbaar verkocht en begonnen met de afbraak ervan. Op het einde van 1578 werd echter de Religievrede aangenomen te Gent en deze bepaalde onder andere dat de gemeenschap van Boudelo opnieuw in het bezit kwam van haar vroegere gebouwen. De afbraak werd stopgezet en, zoals we reeds in Hoofdstuk I geschreven hebben, de monniken slaagden er in tussen 1578 en 1584 hun gebouwen terug te kopen. Wellicht werden degenen die stukken van de gebouwen hadden gekocht, verplicht om deze tegen aankoopprijs terug te verkopen aan de monniken. De gemeenschap kwam slechts in 1585 opnieuw volledig in het bezit van hun oude abdijgebouwen. De monniken hadden ondertussen echter besloten naar Gent te trekken en zetten de afbraak van de eigen gebouwen verder. De gerecupereerde materialen werden voor eigen rekening verkocht als onder andere bouwmateriaal.

Na eeuwen als een soort steengroeve te hebben gediend, werden de resterende ruïnes in 1825 gekocht door een Noord-Nederlandse ondernemer, die het puin gebruikte om er dijken mee te herstellen. De afbraak die hierop volgde gebeurde zeer grondig, maar toch kon een aannemer uit Moerbeke-Waas in 1851 nog puin van de abdij recupereren, dat hij gebruikte om er wegen mee op te knappen. In 1911 liet een zekere Jules Verdurme uit Sint-Niklaas, wiens familie in het bezit was gekomen van de oude abdijterreinen in Klein-Sinaai, de overgebleven muurresten uitbreken. Het terrein werd voor de landbouw geschikt gemaakt door er een laag cultuurgrond op te storten. Na een aantal decennia als landbouwgrond te hebben gediend, werd de oude abdijsite in de eerste helft van de jaren zeventig verkaveld met als doel er een woonwijk op te trekken. Zo ontstond de huidige toestand waarin de oude abdijsite zich bevindt. Dit korte overzicht zal wel duidelijk gemaakt hebben dat de abdijgebouwen voor altijd verloren zijn.